Als ik 20 jaar geleden toch eens wist wat ik nu allemaal weet, dan had ik niet wakker gelegen van die ene lastige klant of dat moeilijke dossier. Of de advocaat van de wederpartij die zich gedraagt als een hork. Of een soort proefschrift in mijn hoofd gemaakt van een advies.
Dat was een gedachte die vorige week bij mij op kwam toen ik stil stond bij mijn 20-jarige jubileum als advocaat en terugkeek naar de jonge advocaat die ik in 2004 was. Een advocaat die vaker niet zeker wist dan wel zeker wist, uren in de boeken kon duiken en tot wel vijf keer ging controleren voordat een e-mail of advies de deur uit ging.
En als ik dan naar mijn ervaren collega’s keek, kon ik er nog een schepje bovenop doen. Want die wisten het namelijk allemaal wel. Dacht ik.
Nu weet ik wel beter. Inmiddels doe ik dit werk 20 jaar en door de kennis en (levens)ervaring weet ik zeker meer dan 20 jaar geleden. Gelijktijdig kan ik zo nu en dan (gelukkig steeds minder) nog steeds wakker liggen van een moeilijk dossier of weet ik het antwoord op een vraag niet. Spar ik met een collega over de strategie en geeft me dat verhelderende en nieuwe inzichten over de aanpak in een dossier.
Ik zie in mijn coachingspraktijk dat veel jongere advocaten zich constant meten aan hun ervaren collega’s en vooral zien waar ze zelf nog niet zijn. Daar onzeker van worden of de lat (ongezond) hoog gaan leggen.
Maar weet dat die ervaren collega ook ooit begonnen is en het allemaal nog niet wist. Dat zie je nu niet meer, maar ook die ervaren collega kent het niet weten en heeft nog steeds momenten van niet weten.
Voor de ervaren advocaten, zeker die jonge advocaten begeleiden, ga af en toe eens terug naar jouw start als advocaat. De obstakels en uitdagingen die je tegenkwam. De dingen die nu vanzelfsprekend voor jou zijn, maar die je toen nog niet wist. Door daarnaar terug te gaan en open over te zijn naar de jongere advocaten, kan je hun echt helpen. Dan weten ze dat niet weten erbij hoort en dat je het advocatenvak met de jaren leert (en blijft leren).