Vijf dagen per week werken, tussen tenminste negen en zes op kantoor, regelmatig meer dan veertig uur maken en vijf weken vakantie per jaar. Het is een heel normaal werkritme, zeker in de advocatuur.
Ik heb het ook gedaan, maar ik vond het pittig. Aan het einde van een werkweek was ik vaak echt moe en als een vakantie dichterbij kwam, was ik daar meestal ook behoorlijk aan toe. Om mij heen zag ik vooral mensen die dat ritme ogenschijnlijk prima volhielden. Voeg daar het (of mijn toenmalige) beeld bij dat een succesvolle advocaat veel werkt, beschikbaar is, lange dagen aankan en zich aanpast aan wat het werk vraagt en je hebt een giftige cocktail voor twijfel aan je eigen belastbaarheid.
Een paar jaar geleden verdiepte ik me in Human Design. Ik ben een projector. Over projectors wordt weleens gezegd: ‘not here to work’. Dat moet je wat mij betreft niet te letterlijk nemen. Wat ik wel serieus nam, was het idee dat niet iedereen gemaakt is voor hetzelfde werkritme.
Ergens wist ik dat al. Ik functioneer beter als ik regelmatig rust neem, als mijn werkdagen niet allemaal hetzelfde zijn en als ik voldoende vrije dagen heb. Ik werk (mede) daarom niet fulltime, houd er regelmatig ongebruikelijke werktijden op na en neem behoorlijk veel vakantie.
Mijn huidige manier van werken heeft een positieve invloed op hoe ik werk. Ik ben op een werkdag (meestal;-) scherp en productief, heb plezier in wat ik doe en kan mijn werk doen zonder dat ik mezelf op kan vegen.
Dat heeft me anders laten kijken naar wat we soms van onszelf wegdrukken om in het beeld van een succesvolle professional te passen. Bij mij was dat mijn behoefte aan rust en aan een ander ritme. Ik probeerde mezelf aan te passen aan ‘de norm’, in plaats van serieus te nemen wat voor mij werkte.
Natuurlijk heb ik als ondernemer meer vrijheid om mijn werk in te richten. Niet iedereen kan zomaar andere werktijden kiezen of meer vakantie nemen. Tegelijk denk ik dat we binnen de advocatuur veel vaker mogen kijken naar de vraag wanneer en hoe iemand op zijn best is.
Voor mij zit daar ook een vorm van leiderschap in. Niet jezelf eindeloos aanpassen aan het beeld van hoe een succesvolle advocaat hoort te werken, maar leren kennen wat jij nodig hebt om goed te zijn in je vak en daar vervolgens ook voor durven staan.
Ik ben er in ieder geval een energieker mens van geworden.